TIENDE HOOFDSTUK Max Havelaar · Capítulo 10 de 20
Obra Menu

TIENDE HOOFDSTUK

TIENDE HOOFDSTUK

Hoewel ik, waar 't principes geldt, niemand ontzie, heb ik toch begrepen

dat ik met Stern een anderen weg moet inslaan dan met Frits, en daar het

te voorzien is dat myn naam--de firma is _Last & Co_, maar ik heet

_Droogstoppel: Batavus Droogstoppel_--in aanraking komen zal met een

boek waarin zaken voorkomen, die niet strooken met den eerbied dien elk

fatsoenlyk man en makelaar zichzelf verschuldigd is, acht ik het myn

plicht u meetedeelen, hoe ik getracht heb ook dien Stern terugtebrengen

op den waren weg.

Ik heb hem niet van den Heer gesproken--omdat hy Luthersch is--maar ik

heb gewerkt op zyn gemoed en zyn eer. Ziehier hoe ik dit heb aangelegd,

en merk daarby op, hoever men het brengt met menschkunde. Ik had hem

hooren zeggen: _auf Ehrenwort_, en vroeg wat hy daarmee bedoelde?

--Wèl, zeide hy, dat ik myn eer verpand voor de waarheid van wat ik zeg.

--Dat is zeer veel, hernam ik. Ben je zoo overtuigd, altyd de waarheid

te zeggen?

--Ja, verklaarde hy, de waarheid zeg ik altyd. Als de borst me gloeit

...

De lezer weet de rest.

--Dat is waarlyk zeer schoon, zei ik, en ik hield me heel onnoozel alsof

ik het geloofde.

Maar hierin lag juist de fynheid van den strik, dien ik hem spande met

het doel om, zonder gevaar te loopen den ouden Stern in handen van

Busselinck & Waterman te zien vallen, toch dat jonge kereltjen eens goed

op zyn plaats te zetten, en hem te doen gevoelen hoe groot de afstand is

tusschen iemand die pas begint--al doet dan ook zyn vader groote

zaken--en een makelaar die twintig jaar de beurs bezocht heeft. Het was

me namelyk bekend dat hy allerlei tuig van verzen uit het hoofd wist--hy

zegt: "uitwendig"--en daar verzen altyd leugens bevatten, was ik zeker

dat ik hem zeer spoedig zou betrappen op onwaarheid. Dit duurde dan ook

niet lang. Ik zat in de zykamer, en hy was in de _suite_ ... want we

hebben een _suite_. Marie was aan 't breien, en hy zou haar wat

vertellen. Ik luisterde aandachtig toe, en toen 't uit was, vroeg ik hem

of hy 't boek bezat, waarin het ding stond, dat hy daar zoo-even had

opgedeund. Hy zei ja, en bracht het my. Het was een deeltje der werken

van zekeren Heine. Den volgenden morgen gaf ik hem--aan Stern, meen

ik--de onderstaande:

_Beschouwingen omtrent de waarheidsliefde van iemand die het volgend

prul van Heine vóórzegt aan een jong meisje dat in de_ suite _zit

te breien_.

Auf Flügeln des Gesanges,

Herzliebchen, trag ich dich fort,

_Herzliebchen_? Marie, jouw _Herzliebchen_? Weten je ouweluî daarvan, en

Louise Rosemeyer? Is het braaf, dit te zeggen aan een kind, dat door

zoo-iets al zeer ligt ongehoorzaam zou worden aan hare moeder, door zich

in het hoofd te halen dat ze mondig is, omdat men haar: _Herzliebchen_

noemt? Wat beduidt dat: _voortdragen op je vleugels_? Je hebt geen

vleugels, en je gezang ook niet. Probeer 't eens over de Lauriergracht,

die niet eens heel breed is. Maar al had je vleugels, mag je dan zulke

dingen voorstellen aan een meisje dat haar belydenis nog niet gedaan

heeft? En al wàs 't kind aangenomen, wat beduidt dat aanbod van

wegvliegen samen? Foei!

Fort nach den Fluren des Ganges,

Da weiss ich den schönsten Ort;

Ga er dan alleen heen, en huur er een optrek, maar neem niet een meisje

mee, dat haar moeder moet helpen in 't huishouden! Maar je meent het ook

niet! Vooreerst heb je nooit den Ganges gezien, en kunt dus niet weten

of 't daar goed leven is. Wil _ik_ je eens zeggen hoe de zaken staan?

Het zyn alles leugens, die je alleen dáárom vertelt, omdat je in al dat

gevèrs je tot slaaf maakt van maat en rym. Als de eerste regel geëindigd

was op _koek, wyn, kina_, zou je aan Marie gevraagd hebben of ze meeging

naar _Broek, Berlyn, China_, en zoo voort. Je ziet dus dat je

voorgestelde reisroute niet oprecht gemeend was, en dat alles neerkomt

op een laf geklinkklank van woorden zonder slot of zin. Hoe zou 't

wezen, als Marie nu eens werkelyk lust kreeg om die malle reis te doen?

Ik spreek nu nog niet eens van de ongemakkelyke manier die je voorstelt!

Maar zy is, den Hemel zy dank, te verstandig om naar een land te

verlangen, waarvan je zegt:

Da liegt ein rothblühender Garten

Im stillen mondesschein;

Die Lotosblumen erwarten

Ihr trautes Schwesterlein;

Die Veilchen kichern und kosen,

Und schau'n nach den Sternen empor;

Heimlich erzählen die Rosen

Sich düftende Märchen in 's Ohr.

Wat wou je in dien tuin by maneschyn met Marie uitvoeren, Stern? Is dat

zedelyk, is dat braaf, is dat fatsoenlyk? Wil je dat ik beschaamd moet

staan, evenals Busselinck & Waterman, met wie geen fatsoenlyk

handelshuis iets te doen wil hebben, omdat hun dochter weggeloopen is,

en omdat het knoeiers zyn? Wat zou ik moeten antwoorden, als men my op

de beurs vroeg, waarom myn dochter zoo lang in dien rooien tuin is

gebleven? Want dit begryp je toch, dat niemand me gelooven zou, als ik

zei dat zy daar wezen moest om een bezoek te brengen aan de lotusbloemen

die, zooals je zegt, haar al lang gewacht hebben. Even zoo zou ieder

verstandig mensch my uitlachen, als ik gek genoeg was om te zeggen:

Marie is daar in dien rooien tuin waarom _rood_, en niet _geel_ of

_paars_?--om te luisteren naar 't snappen en giechelen van de viooltjes,

of naar de sprookjes die de rozen elkaar heimelyk in 't oor blazen. Al

_kon_ zoo iets waar zyn, wat zou Marie er aan hebben, als het toch zoo

heimelijk geschiedt, dat zy er niets van verstaat? Maar leugens zyn het,

flauwe leugens! En leelyk zyn ze ook, want neem eens een potlood, en

teeken een roos met een oor, en zie eens hoe dat er uitziet? En wat

beduidt het, dat die _Märchen_ zoo _düftend_ zyn? Wil _ik_ je dat eens

zeggen in goed rond hollandsch? Dat wil zeggen dat er een luchtjen is

aan die malle sprookjes ... zóó is het!

Da hüpfen herbei, und lauschen

Die frommen, klugen Gazellen;

Und in der Ferne rausche

Des heiligen Stromes Wellen...

Da wollen wir niedersinken

Unter den Palmenbaum,

Und Ruhe und Liebe trinken,

Und träumen seligen Traum.

Kan je niet naar _Artis_ gaan--je hebt immers aan je vader geschreven

dat ik lid ben?--zeg, kan je niet in _Artis_ terecht, als je dan

volstrekt vreemde dieren zien wilt? Moeten het juist die gazellen aan

den Ganges wezen, die toch in 't wild nooit zoo goed zyn waartenemen,

als in een nette omheining van gekoolteerd yzer? Waarom noem je die

dieren vroom en verstandig? Het laatste laat ik gelden--ze maken althans

zulke zotte verzen niet--maar: _vroom_? Wat beteekent dat! Is 't niet

misbruik maken van een heilige uitdrukking die alleen mag gebruikt

worden voor menschen van 't ware geloof? En dan die heilige stroom? Mag

je aan Marie dingen vertellen, die haar tot een heidin zouden maken? Mag

je haar doen wankelen in de overtuiging dat er geen ander heilig water

is, dan dat van den doop, en geen andere heilige rivier dan de Jordaan?

Is dit niet ondermynen van zedelykheid, deugd, godsdienst, christendom

en fatsoen?

Denk over dit alles eens na, Stern! Je vader is een achtenswaardig huis,

en ik ben zeker dat hy 't goedvindt dat ik zoo op je gemoed werk, en dat

hy gaarne zaken doet met iemand die deugd en godsdienst voorstaat. Ja,

principes zyn me heilig, en ik heb geen schroom om ronduit te zeggen wat

ik meen. Maak dus geen geheim van wat ik je zeg, schryf 't gerust aan je

vader dat je hier in een soliede familie bent, en dat ik je zoo op 't

goede wys. En vraag jezelf eens af, wat er van je zou geworden zyn, als

je by Busselinck & Waterman waart gekomen? Dáár zou je ook zulke verzen

opgezegd hebben, en dáár had men niet op je gemoed gewerkt, omdat het

knoeiers zyn. Schryf dit gerust aan je vader, want als er principes in

't spel zyn, ontzie ik niemand. Dáár zouden de meisjes met je meegegaan

zyn naar den Ganges, en dan lag je daar nu misschien onder dien boom in

't natte gras, terwyl je nu, omdat _ik_ je zoo vaderlyk waarschuwde,

hier by ons kunt blyven in een fatsoenlyk huis. Schryf dat alles aan je

vader, en zeg hem dat je zoo dankbaar bent dat je by ons zyt gekomen, en

dat ik zoo goed voor je zorg, en dat de dochter van Busselinck & Waterman

is weggeloopen, en groet hem zeer van my, en schryf dat ik nog 1/16 procent

courtage zal laten vallen beneden hun bod, omdat ik geen onderkruipers

lyden kan, die een konkurrent het brood uit den mond stelen door gunstiger

voorwaarden.

En doe me toch 't genoegen, in je voorlezingen uit Sjaalman's pak, wat

meer degelyks te brengen. Ik heb er opgaven gezien van de koffi-produktie

der laatste twintig jaren, uit alle residentien op Java: lees zóó-iets

eens voor! Zieje, dan kunnen de Rosemeyers, die in suiker doen, eens te

hooren krygen wat er eigenlyk omgaat in de wereld. En je moet ook de

meisjes en ons allen niet zoo uitmaken voor kannibalen die wat van je

hebben opgeslikt ... dit is niet fatsoenlyk, myn beste jongen. Geloof

toch iemand die weet wat er in de wereld te koop is! Ik heb je vader reeds

bediend voor zyn geboorte--zyn firma, meen ik, neen ... ònze firma, meen ik:

_Last & Co_--vroeger was het _Last & Meyer_, maar de _Meyers_ zyn er lang

uit--je begrypt dus dat ik 't goed met je meen. En spoor Frits aan, dat hy

wat beter oppast, en leer hem geen verzen maken, en houd je alsof je het

niet zag, als hy gezichten trekt tegen den boekhouder, en al zulke dingen

meer. Geef hem een goed voorbeeld, omdat je zooveel ouder bent, en tracht

hem bedaardheid en deftigheid inteprenten, want hy moet makelaar worden.

Ik ben je vaderlyke vriend

Batavus Droogstoppel.

(firma: _Last & Co, makelaars in koffi,

Lauriergracht, N°_ 37.)

1/1
Menu

Fazer anotação