Leia agora
Prólogo · De Leeuw van Vlaanderen

Titelblad, opdracht en voorrede

Titelblad, opdracht en voorrede De Leeuw Van Vlaanderen

Of De Slag Der Gulden Sporen

Hendrik Conscience

Inleiding

Het Boek Dat Een Leeuw Leerde Klauwen

In 1837 had Hendrik Conscience zijn eerste roman, _In 't Wonderjaer,_

gepubliceerd, en wel in het "Vlaemsch"--wat toen zonder meer een politieke

daad was. In datzelfde jaar verdiepte hij zich in een toen zeer actuele

geschiedenis: de slag der gulden sporen. _De Leeuw van Vlaenderen_

verscheen (in drie banden) in 1838 en kende een voor die tijd opzienbarend

succes. Conscience is dan 26 jaar en geniet op slag een niet meer

geëvenaarde populaire bijval. Het geheim van zijn succes? Hij moet zijn

volk, zowel de Vlaamse, politiek bewuste, intellectuele middenstander als

het "mindere volk" dat nog amper kon lezen (en de _Leeuw_ nog voor een

aantal jaren vooral zou moeten horen voorlezen) intens geraakt hebben in

een bepaalde gemoedslaag. De kern van het boek is de nationaal-politieke

bezieling, die de verteller van de _Leeuw_ op zijn lezers overdraagt met

een onweerstaanbaar emotioneel engagement. De _Leeuw_ is een uitermate

representatief staal van Consciences kunst, d.w.z. een mengeling van

"schilderende" en "onderwijzende" letterkunde. Door het machtig verleden

van Vlaanderen in fors geborstelde (massa-)taferelen op te roepen wil hij

de Vlaming bewust maken van zijn nationale identiteit en eigenwaarde en hem

wakker maken voor de Vlaamse zaak, toen zo bedreigd in een door de

Franstalige bourgeoisie gedomineerde Belgische staat. Door hem te leren

lezen wilde Conscience de Vlaming leren klauwen.

Lees het _Voorwoord_ en de beroemde vermanende slottoespraak, maar let ook

op de talrijke expliciete en impliciete stellingnamen van de verteller, die

de lezer tracht in te palmen, te overtuigen, te beleren en op te zwepen.

Een meeslepend gevoelselan doorzindert dit boek dat, typisch genoeg,

eigenlijk geen centrale held kent, maar als roman van een _volk_ een hele

volksgemeenschap laat zegevieren. Het didactisme van Conscience, zoals van

zijn tijdgenoten in de romantiek, blijkt bijvoorbeeld uit belerende

voetnoten waarmee hij graag uitpakt: een waarborg van deskundigheid en

waarachtigheid waar hij zijn lezer voor de Vlaamse zaak mee wil winnen.

Onze uitgave heeft iets speciaals: zij biedt, op de spelling na en in één

band, precies de tekst die de lezer van 1838 heeft kunnen zien. Wij wilden

de oorspronkelijke tekst zo getrouw mogelijk bewaren en toch de

niet-specialist een zo leesbaar mogelijke tekst aanbieden. Daarom hebben

wij praktisch alleen de spelling aangepast. Woorden en wendingen die nu

archaïsch voorkomen, hebben wij laten staan. Ook aan Consciences soms

gammele zinsbouw hebben wij niet gesleuteld, maar manifeste taalfouten, bij

voorbeeld genus-aanduidingen, hebben wij gecorrigeerd. Geen woord of

zinsdeel werd geschrapt. Wij hebben hertoetst noch hertaald. Wij hebben

getracht die authentieke 'patine' die over de originele tekst ligt, intact

te laten, opdat Hendrik Conscience ons nu, meer dan honderd jaar na zijn

dood, weer aan en toe zou spreken met precies die stem, die intonatie, die

woordenschat en ook in dat soms onbeholpen "Vlaemsch" waar hij een eerste

generatie van lezers mee heeft geraakt en geboeid. Aldus, zo hopen wij, zal

die _Leeuw_ weer klauwen met onverminderde kracht en authenticiteit, zoals

ongeveer anderhalve eeuw geleden.

M. Janssens

Aan De Heer Ridder

Gustaf Wappers

's Konings Schilder

Weledele heer,

_Nu de gunst mijner landgenoten, mijnen arbeid bekronende, mij een plaats

tussen onze vaderlandse schrijvers gegeven heeft, nu ik enigszins met

vrijere stappen in de letterbaan mag voortgaan, behaag ik mij in het

herdenken aan wie ik dit verschuldigd ben;--wie mij, nog ongekend,

aanmoedigde en mij een deel zijns vernufts indrukte, onder wiens blik,

onder wiens stem ik mijn ziel in kunstdorst en in vaderlandsliefde voelde

ontsteken, wie voor mijn welzijn als voor dit eens broeders zich bekommerde

en mij, in het verdriet, in de stonden van bittere onttovering, een vriend

en een weldoener was.--Die naam zo heilig voor mij, die naam is de uwe, o

Gustaf!_

_Ik kon U voor zoveel goedheid niets dan dankbaarheid en liefde terugkeren,

niets dan bewondering voor uw edel hart.--Ook, wie zal zeggen wat ik

geleden heb, wat verontwaardiging mij getroffen heeft wanneer ik U, mijn

weldoener, aan de schichten des nijds en der lasteraars zag blootgesteld,

wanneer ik zag dat zij, uw kunst niet durvende raken, dit hart en die

inborst wilden te na spreken.--Uw vijanden hebben zichzelf een vlek, een

kenmerk van lasteraar op het voorhoofd gedrukt, en de schande nogmaals

ontvluchtende zijn zij weder in het duister gedoken.--Vergeef hun, Gustaf,

zij kennen U niet. Gedenk, met medelijden voor hen, dat indien gij geboren

waart om groot onder uw tijdgenoten, en Kunsttolk te zijn, zij tot

kunstadders geschapen waren; en daarbij,--is het niet in de vergelijking

uwer schitterende gewrochten met de hunne, zo gering, dat zij hun

nietigheid zien?--En moeten zij U dan niet haten omdat uw vernuft zo zwaar

op hen weegt?

Ho ja, dit is de gang der wereld:--de slangen wonen in aanzienlijker getal

aan de voet der reuzeneiken_.--

_Laat ze begaan, Gustaf, uw naam zal ondanks dit gif met die van Rubens en

van Van Dijck leven; en indien er één blad van mijn boek tot de

nakomelingen moet overgaan zal het gewis dit zijn waarop uw naam geprent

staat_.

_Antwerpen, de 18 December 1838_

Hendrik Conscience

Voorwoord

Wanneer men met een zucht naar vaderlandse roem de kronieken doorbladert,

komt een aandoening van spijt en schaamte ons treffen, bij de overtuiging

dat wij onze Vaderen zo weinig gelijken. Zij roemden op de naam van Vlaming

als op de grootste eretitel welke hun kon toegevoegd worden, en dankten God

dat het Hem beliefd had hen op die heldenbodem te laten geboren worden.--En

dit was geen ijdele waan, geen overdreven liefde tot het Vaderland.

Diezelfde mannen, die aldus op hun naam roemden, hadden dezelve groot en

heerlijk voor al de volken der wereld gemaakt. Zij droegen hun zegerijke

zwarte Leeuw van Vlaanderen in de verste streken,--in Palestina, in

Griekenland, in Italië, in Afrika: Vlamingen waren het die tot Keizer van

Constantinopel werden verheven, een Vlaming was het (Robrecht van Bethune)

welke achttien jaar oud zijnde het Franse leger als opperveldheer in

Sicilië aanvoerde.--Wee de vijand die zulke mannen op eigen grond dorst

aantasten, het was moeilijk de Leeuwenzonen te temmen;--en indien het de

vreemde eens gelukte hen te overwinnen, kon hij toch niet lang op de zege

roemen, want dan knaagden zij met spijt aan de keten en verstaalden zich de

moed bij de heugenis hunner voorleden grootheid. Dan liep alles te wapen,

mannen, vrouwen, kinderen, het werd al in heldenvuur ontstoken en de

vrijheid weder herwonnen.--Het boek dat wij onze lezers voorstellen,

getuigt hunner _nationaliteit_ en onversaagdheid.

Het is gemakkelijk na te speuren waarom wij dus van onze oude roem

vervallen zijn. Sedert ettelijke eeuwen is het bewind onzes lands door

erfrecht in handen van vreemde Vorsten overgegaan, deze waren, bij hun

inbezitneming, verplicht de voorrechten der Steden en Gemeenten, in de

tegenwoordigheid des Volks, op een openbare markt met eed te bevestigen,

waarin uitdrukkelijk stond dat al wat de Vlaamssprekende Belgen aanging in

de Vlaamse taal moest behandeld worden. De Vorst mocht zich in gener wijze

met het bestuur der steden bemoeien, elke gemeente benoemde haar eigen

wethouders en ambtenaren; in dier voege was de macht der beheersers in ons

land zeer gering, hetgeen hun voorzeker niet behaagde. Ook stelden zij

alles te werk om onze vaderen hun vrijheden en hun volksgeest te ontroven,

zij gebruikten daartoe de macht om te dwingen, het geld en de gunsten om

te verleiden, de staatkunde om te bedriegen: maar de grootste hoop, moedig

en doof voor het lokaas blijvende, waren die pogingen vruchteloos, zolang

de letterkunde en de volksschriften in de moedertaal hun vrije gang hadden.

Dan bracht _Luther_ de hervormde godsdienst in zwang; zijn talrijke

aanhangers en de leraars welke in ons land kwamen, stelden hun boeken en

schriften in de Vlaamse taal op. De kennis welke het volk van zijn

moedertaal algemeen bezat, en de leeszucht die onder hetzelve heerste, werd

de leraren een gunstig middel om hun lering te verspreiden. Karel V, onze

Keizer, gaf bij deze gelegenheid edicten uit, die de _Censuur_ of

boekkeuring een dwingende, een allesomvattende macht gaven; geen schrift

mocht het licht zien zonder het oorlof der boekkeurders, en wie slechts een

twijfelachtig woord, zelfs zonder inzicht, geschreven had, mocht zich op

geen kleine straf verwachten, want die ging zelden verder dan gepijnigd,

gehangen, geradbraakt of verbrand te worden. Men zag in alles ketterij,

lutheraanse gedachten, of oproerige aanslagen. Alle schriften, welke niet

stellig onder de invloed der Spaanse denkwijs geschreven waren, werden als

misdadig aanzien en men vervolgde de onnozele schrijvers of dichters vóór

de bloedige _Inquisitie_, van gevloekte gedachtenis, alsof zij het tegen

God of zijn dienaren gemunt hadden, terwijl zij slechts de dwingelandij der

_Spanjaarden_ wilden tegengaan.

Er is weinig begrip nodig om te verstaan dat de letterkunde bij die

vervolging haast in de grond geboord werd, er kwamen nog wel kerken

gebedeboekskens uit, maar daarbij bleef het al; behalve nochtans die flauwe

kindervertelsels van _Duimken, Jakke met zijn fluitje, Uilenspiegel_ enz.,

welke _verbeterd en gezuiverd_! met het oorlof der _Censuur_ bleven gedrukt

worden. Met die beuzelingen moest de Vlaamse lezer zich vergenoegen. Kon de

letterkunde dan in stand blijven? Neen, zij verging geheel, en dit is wel

merkbaar wanneer men nagaat dat wij, vóór dit tijdstip, zoveel en betere

dichters dan de _Fransen_ bezaten, daar er geen enkele verdienstelijke

onder die dwingelandij gebloeid heeft.

Philippus II, de zoon van Karel V, zijn vader opvolgend, bracht de

willekeur tot de hoogste top, duizenden Belgen werden door beulshanden op

eigen grond vermoord, bespieders werden tot in de schoot der huisgezinnen

gezonden, men ontrukte de vader aan zijn zonen, de moeder aan haar

kinderen,--en de gevangenissen werden te nauw voor zoveel slachtoffers,

wiens bloed van het schavot op de straat moest vlieten. Niemand dorst, over

iets dat 's Landszaken aanging, spreken, veel min schrijven; de beul was de

_librorum censor_!

Die verdrukking voortdurende gaven de Belgen de moed op, de volksgeest

verging en van dit ogenblik werd het mogelijk hen door alle vreemde invloed

van hun eigenaardig karakter te doen afwijken. Dit geschiedde ook, men

leerde Frans, niet slechts om een uitheemse taal te kennen, maar om een

waarde, die het Vlaams nu niet meer geven kon, te verkrijgen; men liet de

kleding der vaderen daar, om de vreemden in alles na te apen, men zwoer de

ernstige en ware beleefdheid af, om zich aan de bedriegende _politesse_ en

de gemaakte houding der _Fransen_ over te geven;--en op die wijze plaatste

zich de _Belg_ voor de _vreemden_ gelijk een leerling voor zijn meester.

Wie een druppel echt Vlaams bloed in de aderen heeft, zal bekennen dat dit

een schandelijke plaats is, en dat een Volk niet lager zinken kan. Veel

mannen, van de voorleden eeuwen, en wel bijzonder _Pieter Hein_, van

Antwerpen, van dewelke _Guiccardini_, een Italiaan, met lof spreekt, hebben

dit gevoeld, zij hebben zich tegen de verbastering verzet en gepoogd de

moedertaal haar luister weder te geven;--maar wat kon hun eenzame stem,

terwijl de _Natie_ in een laffe slaap vervallen was?

Heden is de stand van zaken veranderd; er weegt geen Spaanse verdrukking

meer op ons, er staat geen galg, geen schavot meer opgericht voor de

taal- en vrijheidminnaren; maar iets anders belet de herwinning van onze

oude waarde; dit is iets dat de _Vlamingen_ niet genoeg bemerken en waarvan

zij het slachtoffer zijn zullen indien er niet opgelet wordt.--Het is voor

een Staatsbestuur lastig twee onderscheiden volken onder een scepter met

dezelfde wetten, dezelfde voordelen te verschaffen. Elke maal dat er iets

in het belang van een der verschillende delen gedaan wordt, baart dit

opspraak in het andere gedeelte; wij hebben dit ten tijde van Koning Willem

zien gebeuren en dit heeft zich onder het tegenwoordige Rijk reeds

menigmaal opgedaan; men herinnere zich slechts het vraagpunt der vreemde

suikers, wanneer er in Antwerpen ganse hopen volks rondliepen en

schreeuwden:--_Weg met de Walen_!--Dit weet het Staatsbestuur wel, en

diensvolgens poogt het dit verschil tussen de twee delen onzes lands teniet

te doen. Die pogingen zijn:

Walen in de Vlaamse provinciën als bewindhebbers te sturen, opdat men zich

verbastere om hun te believen, hetzij om een ambt, of iets anders dat zij

geven kunnen, te verkrijgen;--het Frans verplichtend te maken in het Leger,

in het Landsbestuur, in 's Rijks scholen, in de Rechten, in alle _examens_,

ja zelfs tot de geringste ambten,--Portier van een gevangenhuis

bijvoorbeeld!--De wetten in het Frans zijn alleen _officieel_, in het

Vlaams overgezet gelden zij niet voor het Recht; de vonnissen worden ook

steeds in het Frans uitgesproken, en het is onlangs te Gent gebeurd dat een

man ter dood veroordeeld werd, zonder een enkel woord der beschuldiging of

van het doodvonnis te hebben verstaan. Mag men wel aldus met het leven der

mensen spelen? De rechtvaardigheid zou ons ten minste moeten aandrijven om

niet te lijden, dat men zo willekeurig met onze landgenoten te werk ga;

want een beschuldigde is, voordat zijn vonnis uitgesproken wordt, een

Burger als een ander en verdient dat men hem de middelen geve om zich te

verontschuldigen indien hij niet misdadig is.--De opschriften onzer

openbare gebouwen zijn in het Frans; om een proef van die belachelijke

doenwijs te geven, zal ik hier zeggen dat in Antwerpen het Vlaams opschrift

van het Gasthuis, in hetwelk de arme lieden, die niet dan Vlaams verstaan,

moeten ontvangen worden, door een ander opschrift in vergulden letteren en

in het Frans onlangs is vervangen. Dit is zeker om de Fransen van Parijs of

de Walen van Luik het Gasthuis aan te wijzen indien zij het nodig hebben!

Ik laat het de redelijke mensen over, te oordelen of men het verstand niet

moet verloren hebben om zulke ongerijmdheden te begaan.--Sommige Vlaamse

steden houden hun raadsvergaderingen in het Frans; hieruit volgt dat

Raadsheren, wijs en ervaren in de belangen der Gemeente, maar niet zo goed

als de _verfransten_ ter tong in een uitheemse spraak, niet spreken of niet

aanhoord worden, en dus vele gelegenheden om voordelige dingen voor te

stellen moeten laten voorbijgaan.--Oneindig andere ondeugden in de regering

zou ik kunnen aanwijzen, maar het dunkt mij dat dit ruim genoeg is.

Zo wil men ons, Vlamingen, allen tot Walen of liever tot Fransen maken om

de smelting, welke het Bestuur zich voorstelt, te bereiken.--Dit doel is

verachtelijk en onrechtvaardig. Wij Vlamingen hebben een geschiedenis, een

voorleden tijd _als Land en als volk_ terwijl de Walen (Luik alleen)

slechts een geschiedenis van _afzonderlijke Steden_ hebben.--Men zie hier

de opgave der Vlaamssprekende en Waalssprekende Belgen, door de Edelheer

_Blommaert_ van Gent, in zijn werk over de moedertaal uitgegeven.

_Provinciën, waar de volkstaal Vlaams is_

Bevolking

West-Vlaanderen 542.000

Oost-Vlaanderen 661.000

Antwerpen 380.000

Brabant (Nijvel uitgezonderd) 377.000

307.000

Een gedeelte van Luxemburg 127.500

2.394.500

_Provinciën waar de volkstaal Frans is_

Bevolking:

Arrondissement Nijvel 97.000

Henegouwen 530.000

Namen 180.000

Luik 314.000

Gedeelte van Luxemburg 127.500

1.248.500

Er zijn tweemaal zoveel Vlamingen als Walen; wij betalen in de lasten meer

dan tweemaal zoveel als zij! En men zou ons Walen maken, ons opofferen met

onze oude roem, onze taal,--onze luisterrijke geschiedenis, en alles wat

wij van onze vaderen geërfd hebben? Neen, er is nog te veel echt Vlaams

bloed in de wereld opdat dit mogelijk zij, wat boze staatkunde men ook

gebruike.--Dit zal, dit kan niet zijn.--Ik bezweer u, mijn landgenoten,

legt de hand op uw hart en vraagt uzelf:--Zal ik de naam mijner Vaderen

verloochenen, de naam van Vlaming voor een andere verwisselen? En als een

nieuw aangekomene mij laten herdopen alsof mijn stam geen wortelen in de

wieg der volken had?--

Ho! Ik gevoel het, uw boezem klopt voor het Vaderland, en de

ontkenning:--Neen! rolt met verontwaardiging van uw lippen. Ja gij zijt

Vlaming en zult Vlaming blijven.--En zo worde de roemrijke naam tot het

einde der wereld voortgezet, ondanks de aanslagen der volkbedervers.

Indien het Staatsbestuur een smelting wil pogen, dat men dan de meerderheid

der Natie ten grondslag neme of dat men elk het zijne late, en dat is

billijk en rechtvaardig; de Walen welke in ons Vlaams Land geen ambten

bezitten, zullen dit niet ontkennen. Ik vraag het de _Luikenaars_: indien

men hun kwam voorstellen hun oude en beruchte naam voor een andere te

verlaten, indien zij gewaar werden dat men het kenmerk dat hen

onderscheidt, wilde tenietdoen, of zij dit gedogen zouden? Ik ken het

karakter der _Luikenaars_, daar ik lang genoeg in hun stad gewoond heb, en

weet dat zij zich uit al hun macht daartegen verzetten zouden, want zij

zijn met een vurige volksgeest bezield. Als broeders dan zullen zij de stem

eens Vlamings niet miskennen, en in hun eigen hart de verrechtvaardiging

zijner woorden vinden.

Voor de welvaart mijns Vaderlands, voor de bloei des koophandels en der

nijverheid is mij niets duurbarer dan de staatkundige rust; daarom heb ik

het op mij genomen, voor zoveel het in mijn macht is, de ogen van het

Staatsbestuur te openen over de onmogelijkheid van het willekeurig doel

dat het zich voorstelt te bereiken, ik heb willen bewijzen dat het veel

beter ware dit zaad van onenigheid en van haat onder het volk niet te

storten, opdat het tegenwoordig Bestuur zich de verantwoordelijkheid van

een kwaadvoorspellende toekomst niet op de hals hale. Het is nog tijd om

recht te doen aan wie het behoort; later wordt toegeving, zwakheid en

vrees; men weet bij ondervinding hoe snel de gramschap des volks groeit en

wat gevolgen dezelve _altijd_ heeft.

Men merke hier aan dat ik door _Staatsbestuur_ geenszins de doorluchtige

persoon ZIJNER MAJESTEIT, DE KONING, versta, reeds menigmaal heeft onze

Vorst betoond dat het hem meer behaagt over een Volk dat zich eerbiedigt,

dan over een weifelende Natie te heersen. Terzelfder tijd wete men dat ik

de Walen, als volksgedeelte beschouwd, niet wil te na spreken; zij hebben

hun waarde als wij en zijn onze staatkundige broeders, maar mogen in geen

geval onze beheersers worden. Dit recht hebben zij nooit gehad en zullen

het nooit verkrijgen.

Het moet zijn dat veel Vlamingen deze aanmerkingen met mij gedaan hebben

want uit alle steden, uit alle gemeenten hoort men heden de roep om onze

schone moedertaal weder te krijgen aanheffen; veel letterkundigen, aan het

hoofd der welke de heer Willems met zijn hoge verdiensten prijkt, spannen

te saam om het volk uit de slaap te wekken en hebben hun pogingen ten dele

reeds zien gelukken. Alle dagen komen nieuwe kampers zich bij de

vaderlandse schaar voegen en men hoort raar of zelden nog een _bastaard_

het Vlaams, zijn moedertaal, verachten, hetzij hij, door staatzucht of om

ergens van een hooggezeten Waal een ambt te verkrijgen, zijn naam en zijn

oorsprong verloochent.--Maar zulken maken het volk niet uit en zijn slechts

bedorven takken van de grote boom.

Ziehier tot proef van de vermeerdering der taalminnaren het getal der

inschrijvers welke ik voor mijn drie werken bekwam: _Het Wonderjaar_ 241,

de _Fantazij_ 279, en _De Leeuw van Vlaanderen_, alhoewel op een hoge prijs

gesteld, 480. In twee jaar tijds is het eerste getal verdubbeld. Er zijn

Vlaamse uitgaven die wellicht nog meer inschrijvers hebben, zoals het

_Belgisch Museum_ van de heer Willems.--Ik dank mijn Landgenoten om de

gunstige aanmoediging welke zij mij bij voortduring laten genieten, en

verblij mij in de overtuiging dat wij sedert weinig jaren van het pad der

dwaling zijn teruggekeerd om een eerlijker baan in te slaan.

Dit voorwoord zal om zijn inhoud aan enige gezindheden niet bevallen,

misschien zal ik er sommige bijtende artikeltjes aan verschuldigd zijn, en

men zal het boek zelf om zijn voorrede aanvallen en lasteren, dit zal ieder

met mij denken; echter mag zulke overweging mij nooit weerhouden wanneer

de waarheid uit mijn pen vloeit: men opene de geschiedboeken en men oordele

erover.--Er is wel een oude spreuk, die wil dat het niet altijd goed zij de

waarheid te zeggen, maar die spreuk is een drogreden welke ten dekmantel

der schijndeugd of der lafheid is uitgevonden. Ik--ik zeg de waarheid

wanneer dezelve mijn Vaderland ten nutte kan zijn.

_De Leeuw van Vlaanderen_, welke ik heden mijn inschrijvers aanbied, is een

werk dat meer historisch is dan er voor de schriften van die aard vereist

wordt, de aantekeningen welke onder de bladzijden gevoegd zijn, geven de

getuigenissen onzer Kronieken, onder dewelke ik de _Excellente Cronike_, in

de boekzaal van Antwerpen berustende, tot richtsnoer heb genomen. De kennis

der plaatsen waar de voorvallen gebeuren, ben ik aan de inlichtingen mijner

letterkundige vrienden, de heer Snellaert van Kortrijk, dokter te Gent, en

de heer Octave Delepierre, bibliothecaris te Brugge, verschuldigd. Men zal

aanmerken dat het werk van de heer Auguste Voisin, bibliothecaris te Gent,

mij voor de beschrijving van de slag der gulden sporen van groot nut is

geweest, die schrijver heeft mij met een goedheid, waarvoor ik hem dank

betuig, de kaart van de slag bezorgd.

Omdat het getal der inschrijvers mijn hoop is te boven gegaan, heb ik de

lezer iets boven de voorwaarden willen geven; men zal voor ieder boekdeel

een titelplaat vinden, die door 's Konings schilder Gustaf Wappers op hout

getekend is, en door de bekende kunstenaar Brown, bij de koninklijke

graveerschool van Brussel, is gesneden.

DE SCHRIJVER

* * * * *

De Leeuw van Vlaanderen

Sinopse

Originele Nederlandstalige tekst van De Leeuw van Vlaanderen, de historische roman van Hendrik Conscience over Vlaanderen en de Guldensporenslag.

Publieke-domeintekst uit Project Gutenberg, beschikbaar gemaakt no Aurora Literunico junto à tradução portuguesa.

De Leeuw van Vlaanderen

Resenhas do livro

0 publicadas

Ainda não há resenhas para esta obra. A primeira leitura comentada pode começar aqui.

De Leeuw van Vlaanderen

Trilha sonora oficial

Uma seleção criada para acompanhar a atmosfera, os personagens e os caminhos desta obra.

Abrir no Spotify
Ir para o carrinho
Mercado de De Leeuw van Vlaanderen

Leve um fragmento deste universo

Escolha a arte, confira a disponibilidade e adicione o produto ao carrinho sem sair da experiência.

Nenhum livro físico está disponível neste universo.
Relíquias de De Leeuw van Vlaanderen

Adquira Relíquias do Livro como colaboração ao autor e deixe sua marca registrada, criando valor ao item!

Central de RelíquiasDescubra coleções de outros universos e obras.
ver todas
Sinopse do universo · 1 livro conectado 1/1
Abrir leitor completo

Resenhas do livro

0 publicadas

Ainda não há resenhas para esta obra. A primeira leitura comentada pode começar aqui.

Entrar para resenhar

Posses do livro

0 Leitores com posse
0 Unidades registradas

Nenhuma posse foi registrada publicamente para esta edição.

Adicionais do Universo

Visual ClássicoAbra a leitura editorial, no estilo de uma página de livro
ler
Visual AuroraApresentação imersiva do universo da obra
abrir